meemoeder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·moe·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meemoeder meemoeders
verkleinwoord meemoedertje meemoedertjes

Zelfstandig naamwoord

meemoeder v

  1. (familie) de moeder in een lesbisch koppel die het kind niet gebaard heeft
Verwante begrippen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen