meevoeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·voe·ren
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
meevaren

meevoeren

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van meevaren
    • ...dat wij meevoeren. 
    • ...dat jullie meevoeren. 
    • ...dat zij meevoeren. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.