meekrijgen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·krij·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

meekrijgen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meekrijgen
kreeg mee
meegekregen
klasse 1 volledig
  1. krijgen bij het verlaten
    • Hij kreeg van zijn ouders veel goede raad mee toen hij op kamers ging wonen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.