meezingen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·zin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meezingen
/'mezɪŋə(n)/
zong mee
/zɔŋ me/
meegezongen
/'meɣəzɔŋə(n)/
klasse 3 volledig

Werkwoord

meezingen

  1. overgankelijk gezamenlijk met anderen zingen
    • Hij stond het volkslied mee te zingen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.