meebrengen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·bren·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meebrengen
bracht mee
meegebracht
zwak -cht volledig

Werkwoord

meebrengen

  1. overgankelijk iets/iemand ~ iets met zich mee vervoeren
    • Hij bracht zijn kinderen mee. 
  2. onlosmakelijk met iets anders verbonden zijn
     Van Os stelt dat het prioriteit is om emissiearme stallen verder te ontwikkelen. "Bijvoorbeeld als mest en urine apart worden opgevangen en buiten de stal worden opgeslagen." Wakker Dier hoopt dat megastallen verboden worden vanwege de risico's die ze meebrengen voor dieren bij brand of ziekte.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 29 juni 2022 Weblink bron “Aantal megastallen is in vijf jaar met bijna een kwart gestegen” (29 juni 2022), NU.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be