meebrengen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·bren·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meebrengen
bracht mee
meegebracht
zwak -cht volledig

Werkwoord

meebrengen

  1. overgankelijk iets ~ iets met zich mee vervoeren
    • Hij bracht zijn kinderen mee. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.