meebrengen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·bren·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meebrengen
bracht mee
meegebracht
zwak -cht volledig

Werkwoord

meebrengen

  1. (overgankelijk) iets ~ iets met zich mee vervoeren
    Hij bracht zijn kinderen mee.
Vertalingen