meevallen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·val·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meevallen
viel mee
meegevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

meevallen

  1. ergatief een betere uitkomst vertonen dan verwacht
    • Ondanks het slechte weer viel de graanopbrengst mee. 
  2. ergatief iets anders op zijn weg naar beneden begeleiden
    • De bomen vielen met de lawine mee het dal in. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.