ermee

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·mee
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     mee  
 persoonlijk     ermee  
aanwijz.   nabij     hiermee  
  veraf     daarmee  
  vragend/betrekk.     waarmee  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
ermee

  1. vervangt met het
    • Je zou ermee getrouwd zijn! 
    • Hoe gaat het ermee? Met mij gaat het goed. 
     Ik was aan het ontbijten aan een picknicktafel toen er een man genaamd Josh bij me kwam zitten. Hij at een hamburger, dronk een Budweiser en vertelde me toen plompverloren dat hij ermee ophield. Na bijna twee maanden was zijn PCT over en uit.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be