meebetalen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·be·ta·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meebetalen
betaalde mee
meebetaald
zwak -d volledig

Werkwoord

meebetalen

  1. inergatief ~ aan: een aandeel leveren aan de betaling
    • Hij hoefde daaraan niet mee te betalen. 

Gangbaarheid