meewegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·we·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meewegen
woog mee
meegewogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

meewegen

  1. iets samen met andere dingen wegen en ervan het totale gewicht bepalen
    • Verpakking mag niet meer worden meegewogen. 
  2. iets samen met andere dingen beschouwen, bekijken bij het nemen van een beslissing
    • In de besluitvorming worden alle drie de aspecten meegewogen. 
    • Bij het oordeel woog zwaar mee dat de dader al een lang strafblad had. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be