groen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- groen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | groen | groenen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
groen o
- (kleur) de kleur tussen geel en blauw
- Dit groen lijkt wel erg donker.
Hyperoniemen
Vertalingen
de kleur tussen geel en blauw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | groen | groener | groenst |
| verbogen | groene | groenere | groenste |
| partitief | groens | groeners | - |
Bijvoeglijk naamwoord
groen
- (kleur) de kleur groen hebbend
- Dat is een groene vlag.
- ecologisch verantwoord
- Hij wil alleen maar groene benzine en groene stroom gebruiken.
- onervaren, nieuw
- Hij is nog een beetje groen, maar dat trekt wel bij.
Afgeleide begrippen
- groenachtig, groenbeheer, groenbemesting, groenblijvend, groenen, groenetruidrager, groengebied, groengordel, groengrond, groenharing, groenhart, groenheid, groenhout, groenig, Groenland, groenland, Groenlands, groenling, groenmarkt, groenpootruiter, groensteen, groenstrook, groente, groentijd, groentje, groenvink, groenvoeder, groenvoer, groenvoorziening, groenzone
- blauwgroen, bleekgroen, bosgroen, briljantgroen, bruin olijfgroen, bruingroen, chroomoxidegroen, dennengroen, donkergroen, donkerolijfgroen, donkerzeegroen, flessengroen, geel olijfgroen, geelgroen, grasgroen, grijs olijfgroen, groenbeige, groenblauw, groenbruin, groengeel, groengrijs, lentegroen, lichtgroen, lichtzeegroen, limoengroen, loofgroen, meigroen, midlentegroen, mintgroen, mosgroen, olijfgroen, opaalgroen, parelmoerdonkergroen, parelmoerlichtgroen, patinagroen, pijnboomgroen, resedagroen, rietgroen, signaalgroen, smaragdgroen, turkooisgroen, varengroen, verkeersgroen, witgroen, zeegroen, zuiver groen, zuivergroen, zwart olijfgroen, zwartgroen
Vertalingen
1. de kleur groen hebben
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| groenen |
groen
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groenen
- Ik groen.
- gebiedende wijs van groenen
- Groen!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groenen
- Groen je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)
Afrikaans
Bijvoeglijk naamwoord
groen
Welsh
Zelfstandig naamwoord
groen
- gemuteerde vorm van croen