lichtgeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • licht·geel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lichtgeel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lichtgeel o

  1. (kleur) een lichte kleur geel
    Heeft u die ook in het lichtgeel?
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lichtgeel lichtgeler lichtgeelst
verbogen lichtgele lichtgelere lichtgeelste

Bijvoeglijk naamwoord

lichtgeel

  1. (kleur) de kleur lichtgeel hebbend, een kleur geel
    Hij rijdt in een lichtgele auto.