bruin

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bruin
enkelvoud meervoud
naamwoord bruin bruinen
verkleinwoord (bruintje) (bruintjes)

Zelfstandig naamwoord

bruin o

  1. (kleur) een kleur zoals die van walnoten, chocola of koffie.
    Dat bruin ziet er best mooi uit.
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bruin bruiner bruinst
verbogen bruine bruinere bruinste

Bijvoeglijk naamwoord

bruin

  1. (kleur) een kleur zoals die van walnoten, chocola of koffie hebbend.
    Dat is een bruin huis!
Vertalingen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen