bruin
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bruin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bruin | bruinen |
| verkleinwoord | (bruintje) | (bruintjes) |
Zelfstandig naamwoord
bruin o
- (kleur) een kleur zoals die van walnoten, chocola of koffie
- Dat bruin ziet er best mooi uit.
Vertalingen
1. een kleur zoals die van walnoten, chocola of koffie
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bruin | bruiner | bruinst |
| verbogen | bruine | bruinere | bruinste |
Bijvoeglijk naamwoord
bruin
- (kleur) een kleur zoals die van walnoten, chocola of koffie hebbend
- Dat is een bruin huis!
Vertalingen
1. een kleur zoals die van walnoten, chocola of koffie hebbend
Afgeleide begrippen
- bruinachtig, bruinbakken, bruinbrood, bruine, bruinebonensoep, bruinen, bruineren, bruingebrand, bruingoed, bruinhart, bruinhemd, bruinig, bruinkool, bruinkoolcentrale, bruinkoolgroeve, bruinkoolindustrie, bruinkoolmijn, bruinkoolwinning, bruinsteen, bruintje, bruinverbrand, bruinvis
- beigebruin, bleekbruin, bruin olijfgroen, bruinbeige, bruingeel, bruingrijs, bruingroen, bruinrood, bruinzwart, chocoladebruin, grijsbruin, groenbruin, kastanjebruin, koperbruin, leembruin, mahoniebruin, notenbruin, okerbruin, olijfbruin, oranjebruin, reebruin, roodbruin, sepiabruin, signaalbruin, terrabruin, zwartbruin
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)