sneeuwwit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sneeuw·wit
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sneeuwwit | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
sneeuwwit o
- (kleur) zo wit als sneeuw
- Heeft u die ook in het sneeuwwit?
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | sneeuwwit |
| verbogen | sneeuwwitte |
Bijvoeglijk naamwoord
sneeuwwit
- (kleur) de kleur sneeuwwit hebbend, zo wit als sneeuw
- Hij rijdt in een sneeuwwitte auto.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)