oranje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- oran·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oranje | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
oranje o
- (kleur) de kleur van licht met een golflengte tussen de ca. 620 en 585 nanometer, tussen geel en rood
- Heeft u die ook in het oranje?
Hyperoniemen
Vertalingen
de kleur van licht met een golflengte tussen de 620 en 585 nanometer, tussen geel en rood
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | oranje |
| verbogen | - |
Bijvoeglijk naamwoord
oranje
- de kleur oranje hebbend
- Mag ik die oranje kikker nog eens zien?
Afgeleide begrippen
- oranjeappel, oranjebitter, oranjehemd, oranjekleur, oranjekoek, briljant lichtoranje, briljant oranje, dieporanje, donkeroranje, geeloranje, licht roodoranje, oranjebruin, oranjerood, parelmoeroranje, pasteloranje, roodoranje, signaaloranje, verkeersoranje, zalmoranje, zuiver oranje
Vertalingen
1. de kleur oranje hebbend
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)
Afrikaans
Bijvoeglijk naamwoord
oranje