donkergroen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- don·ker·groen
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | donkergroen | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
donkergroen o
- (kleur) een donkere variant van de kleur groen
- Heeft u die ook in het donkergroen?
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | donkergroen |
| verbogen | donkergroene |
Bijvoeglijk naamwoord
donkergroen
- (kleur) de kleur donkergroen hebbend
- Hij rijdt in een donkergroene auto.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)