groeien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- groei·en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| groeien |
groeide |
gegroeid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
groeien
- (ergatief) groter worden
- De economie is de laatste tijd weer een beetje gegroeid.
- (overgankelijk) (kristallografie) doen groeien
- Voor de productie van een geïntegreerd cicuit wordt er eerst een groot en in grote mate perfect eenkristal van silicium gegroeid.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- met 60.000 groeien
Vertalingen
groter worden
met 60.000 groeien
|