groene
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- groe·ne
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | groene | groenen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
groene
- een persoon in het groen of geassocieerd met de kleur groen
- Ons elftal speelt in het oranje; die groenen zijn onze tegenstanders.
Bijvoeglijk naamwoord
groene
- verbogen vorm van de stellende trap van groen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| groenen |
groene
- aanvoegende wijs van groenen