groene

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groe·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord groene groenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

groene

  1. een persoon in het groen of geassocieerd met de kleur groen
    Ons elftal speelt in het oranje; die groenen zijn onze tegenstanders.

Bijvoeglijk naamwoord

groene

  1. verbogen vorm van de stellende trap van groen

Werkwoord

vervoeging van
groenen

groene

  1. aanvoegende wijs van groenen