grasgroen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gras·groen
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | grasgroen | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
grasgroen o
- (RAL-kleur) een kleur groen met RAL-nummer 6010.
- Heeft u die ook in het grasgroen?
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | grasgroen |
| verbogen | grasgroene |
Bijvoeglijk naamwoord
grasgroen
- (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur groen, met RAL-nummer 6010.
- Hij rijdt in een grasgroene auto.
Vertalingen
1.