roze
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: roze (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /rɔːzə/, /rɔːs/
- (Vlaanderen, Brabant): /roːzə/
- (Limburg): /rɔːs/
Woordafbreking
- ro·ze
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Franse rose.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | roze | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
roze o
- (kleur) bepaalde kleur tussen wit en rood, heel bleek of licht rood
- Heeft u die ook in het roze?
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | roze | rozer | rozest |
| verbogen | roze | rozere | rozeste |
| partitief | rozes | rozers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
roze
- (kleur) de kleur roze hebbend
- Hij rijdt in een roze auto.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- bleekroze, felroze, fuchsiaroze, hardroze, knalroze, lichtroze, acaciaroze, dieproze, oranjeroze, oudroze, rozeachtig, rozegekleurd, rozekleurig, rozerood, rozetruidrager, vaalroze, zachtroze, zalmroze, zuurstokroze
Vertalingen
1. bepaalde kleur tussen wit en rood, heel bleek of licht rood
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)