pruim

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Pruimen.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pruim
enkelvoud meervoud
naamwoord pruim pruimen
verkleinwoord pruimpje pruimpjes

Zelfstandig naamwoord

pruim v/m

  1. (fruit) vrucht van de pruimenboom
  2. (kleur) de violette kleur van pruimen
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen