pruim

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Prunus domestica
Uitspraak
Woordafbreking
  • pruim
enkelvoud meervoud
naamwoord pruim pruimen
verkleinwoord pruimpje pruimpjes

Zelfstandig naamwoord

pruim v/m

  1. m (plantkunde) Prunus domestica Wikispecies-logo-en.png pruimenboom
  2. (fruit) vrucht van de pruimenboom
  3. (kleur) de violette kleur van paarse pruimen (kunnen echter ook geel of rood zijn)
  4. pluk tabak om op te kauwen of te zuigen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
pruimen

pruim

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pruimen
    Ik pruim.
  2. gebiedende wijs van pruimen
    Pruim!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pruimen
    Pruim je?


Meer informatie



Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

pruim

  1. (plantkunde) pruim