aquamarijn
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aqua·ma·rijn
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse aqua marina, "zeewater"
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aquamarijn | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
aquamarijn
- o (mineraal) een mineraal met een bleekgroene, geelgroene, bleekblauwe of blauwgroene kleur.
- m een edelsteen van het mineraal aquamarijn
- o (kleur) een lichtblauwe kleur, die van het mineraal
- Heeft u die ook in het aquamarijn?
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | aquamarijn |
| verbogen | aquamarijne |
Bijvoeglijk naamwoord
aquamarijn
- (kleur) de kleur aquamarijn hebbend
- Hij rijdt in een aquamarijne auto.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)