overtreffende trap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·tref·fen·de trap
enkelvoud meervoud
naamwoord overtreffende trap -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

overtreffende trap

  1. (taalkunde) de vorm die een bijvoeglijk naamwoord aanneemt om aan te geven dat de hoedanigheid ervan een hoogtepunt bereikt
    Er zijn veel grote havens in de wereld. Rotterdam is de grootste.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen