donkerrood
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- don·ker·rood
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | donkerrood | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
donkerrood o
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | donkerrood |
| verbogen | donkerrode |
Bijvoeglijk naamwoord
donkerrood
- (kleur) de donkerrode kleur hebbend
- Hij rijdt in een donkerrode auto.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)