blauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blauw
enkelvoud meervoud
naamwoord blauw blauwen
verkleinwoord blauwtje blauwtjes

Zelfstandig naamwoord

blauw o

  1. (kleur) de kleur die zich in het spectrum bevindt tussen cyaan en violet
    Dat blauw ziet er best mooi uit.
Hyperoniemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen blauw blauwer blauwst
verbogen blauwe blauwere blauwste
partitief blauws blauwers -

blauw

  1. (kleur) de kleur blauw hebbend
    Dat lijkt wel een blauw huis!
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • blauw gevroren
  • iemand bont en blauw slaan
Vertalingen