lavendel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- la·ven·del
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lavendel | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
lavendel
- v/m (plantkunde) Lavandula, een struik uit de lipbloemenfamilie Lamiaceae die vaak is terug te vinden in tuinen omwille van de paarse kleur en de geur van de bloemen
- o (kleur) de kleur van lavendel
- Heeft u die ook in het lavendel?
Synoniemen
Vertalingen
1. Lavandula, een struik uit de lipbloemenfamilie Lamiaceae die vaak is terug te vinden in tuinen omwille van de paarse kleur en de geur van de bloemen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Kleuren in het Nederlands (nld) (de kleuren zijn slechts indicatief) (zie ook: RAL-kleuren)