glas

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Een glas thee

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord glas glazen
verkleinwoord glaasje glaasjes

Zelfstandig naamwoord

glas o

  1. niet-kristallijne vaste stof.
    Bij voldoend snelle afkoeling zijn zelfs sommige metalen in staat glazen te vormen.
  2. een glas (volgens betekenis 1) op basis van siliciumoxide (SiO2), dat veel wordt gebruikt voor de vervaardiging van vensters, glazen (betekenis 3) e.d.
    Het glas van het voorkamerraam brak door de heftige windvlaag.
  3. een uit glas (volgens betekenis 2) vervaardig object dat dranken of andere vloeistoffen kan bevatten.
    Wat een mooie glazen hebt je gekocht!
  4. De -vaak alcoholische- inhoud van een glas (volgens betekenis 3).
    Glaasje op? Laat je rijden!
Vertalingen
Afgeleide begrippen

Meer informatie


Bretons

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. blauw
    «Al lotuz glas
    De blauwe lotus.
  2. groen


Iers

Uitspraak
  • IPA: /gl̪ˠasˠ/

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. groen
  2. grijs
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
mannelijk vrouwelijk
nominatief glas glas glasa
vocatief glais glas glasa
genitief glais glaise glas
datief glas glas glasa
Vergrotende en overtreffende trap: glaise


Welsh

Bijvoeglijk naamwoord

glas

  1. blauw
Persoonlijke instellingen