glas
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- glas
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | glas | glazen |
| verkleinwoord | glaasje | glaasjes |
Zelfstandig naamwoord
glas o
- niet-kristallijne vaste stof.
- Bij voldoend snelle afkoeling zijn zelfs sommige metalen in staat glazen te vormen.
- een glas (volgens betekenis 1) op basis van siliciumoxide (SiO2), dat veel wordt gebruikt voor de vervaardiging van vensters, glazen (betekenis 3) e.d.
- Het glas van het voorkamerraam brak door de heftige windvlaag.
- een uit glas (volgens betekenis 2) vervaardig object dat dranken of andere vloeistoffen kan bevatten.
- Wat een mooie glazen hebt je gekocht!
- De -vaak alcoholische- inhoud van een glas (volgens betekenis 3).
- Glaasje op? Laat je rijden!
Vertalingen
1. niet-kristallijne vaste stof
2. op basis van SiO2
3. om uit te drinken
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Bretons
Bijvoeglijk naamwoord
glas
Iers
Uitspraak
- IPA: /gl̪ˠasˠ/
Bijvoeglijk naamwoord
glas
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| mannelijk | vrouwelijk | ||
| nominatief | glas | glas | glasa |
| vocatief | glais | glas | glasa |
| genitief | glais | glaise | glas |
| datief | glas | glas | glasa |
| Vergrotende en overtreffende trap: glaise | |||
Welsh
Bijvoeglijk naamwoord
glas