rood

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rood
enkelvoud meervoud
naamwoord rood -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rood o

  1. (kleur) een kleur zoals die van licht met een golflengte langer dan 600nm.
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rood roder, (rooier) roodst
verbogen rode, (rooie) rodere, (rooiere) roodste
partitief roods roders, (rooiers) -

Bijvoeglijk naamwoord

rood

  1. de kleur rood hebbend.
    Na dat geren zien jullie allemaal rood, maar Jan is wel het roodst.
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord rood roden
verkleinwoord roodje roodjes

Zelfstandig naamwoord

rood v/m

  1. (valkerij) een vogel die nog niet gemuit heeft en zijn jeugdkleed nog heeft.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen