terug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van richting: achteruit, retour’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1376 [1]

Bijwoord

terug

  1. alweer, opnieuw
    • Hij is terug ziek geworden. 
  2. weer naar het punt van uitgang
    • Ik ga weer terug naar huis. 
  3. achteruit
    • Ga eens even een meter terug, volgens mij ben je op iets getreden. 
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Achterzetsel

terug

  1. geleden
    • Drie weken terug heb ik een e-mailbericht van hem ontvangen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen