terugwerpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·wer·pen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

terugwerpen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugwerpen
wierp terug
teruggeworpen
klasse 3 volledig
  1. met kracht vernietigen van bereikte vooruitgang
     „Dit is een belediging voor elke inwoner van Nevada die de richtlijnen heeft gevolgd en offers heeft gebracht”, zei Sisolak. „Het is ook een directe bedreiging voor alle recente vooruitgang die we hebben geboekt en kan ons mogelijk terugwerpen.” Hij stelde dat de acties van Trump „talloze levens in gevaar brengen.”[2]
     Kort na zijn aantreden besloot hij om alles op een nieuwe zorgwet te zetten, een langgekoesterde Democratische droom. Veel van zijn eigen adviseurs vonden dat nobel, maar naïef: de werkloosheid kwam boven de 9 procent uit, en Amerikanen wilden dat hun president zijn energie in herstel van de werkgelegenheid zou steken. Obama zette door en kreeg wat hij wilde, maar rood licht van het hof zou hem ver terugwerpen.[3]
  2. gooien naar de plaats waar iets vandaan kwam
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Gouverneur Nevada boos op Trump om verkiezingsbijeenkomst” (14-09-2020), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink Weblink bron “Hoorzitting VS over 'broccoli-vraag'” (27-03-2012), NOS