terugkopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ko·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugkopen
kocht terug
teruggekocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

terugkopen

  1. overgankelijk iets wat voorheen in het eigen bezit was opnieuw kopen.

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.