terugkeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugkeren
keerde terug
teruggekeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

terugkeren

  1. ergatief gaan naar een plaats waar men eerder vandaan kwam
    • Is hij al teruggekeerd? 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.