terugkerend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ke·rend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
terugkeren

terugkerend

  1. onvoltooid deelwoord van terugkeren
stellend
onverbogen terugkerend
verbogen terugkerende
partitief terugkerends

Bijvoeglijk naamwoord

terugkerend

  1. zich herhalend, weer opnieuw beginnend
    • Deze patiënt had steeds opnieuw terugkerende urineweginfecties.