teruggeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
teruggeven
gaf terug
teruggegeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

teruggeven

  1. (overgankelijk) weer aan de oorspronkelijke eigenaar overhandigen
    Hij heeft vanmorgen de geleende zaag weer teruggegeven.
Vertalingen