terugdeinzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·dein·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugdeinzen
deinsde terug
teruggedeinsd
zwak -d volledig

Werkwoord

terugdeinzen

  1. ergatief van schrik zich achteruit bewegen
    • Toen zij de vijand over de kim zagen naderen deinsden de opstandelingen terug. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.