terugvinden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·vin·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugvinden
vond terug
teruggevonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

terugvinden

  1. overgankelijk iets dat verloren was opnieuw vinden
    • Hij had gelukkig zijn trouwring teruggevonden. 
    • Zelfs Kleine Woord zou zonder hulp de plek niet meer hebben teruggevonden. Misschien alleen als hij zijn oor op de aarde legde en de boomwezens juist het Boomlied zouden zingen. En zelfs daarvoor moest je nog erg goede oren hebben. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina