terugkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugkomen
kwam terug
teruggekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

terugkomen

  1. ergatief opnieuw naar een plaats komen waar men eerder geweest is
    • Zij kwamen niet meer terug. 
  2. ergatief ~ op: een eerdere afspraak of regel ongedaan maken
    • Daar zijn ze helemaal op teruggekomen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.