terugleggen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·leg·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugleggen
legde terug
teruggelegd
zwak -d volledig

Werkwoord

terugleggen

  1. terug plaatsen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.