terugverdienen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ver·die·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugverdienen
verdiende terug
terugverdiend
zwak -d volledig

Werkwoord

terugverdienen

  1. een eerder verlies of kostenpost weer goedmaken
    • Die nieuwe computer was zo weer terugverdiend. 

Gangbaarheid