teruggaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
teruggaan
ging terug
teruggegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

teruggaan

  1. ergatief naar het punt van vertrek gaan
    • Morgen ga je toch terug naar Nederland? 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.