stout

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stout
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vermetel, dapper’ voor het eerst aangetroffen in 1220 [1] [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stout stouter stoutst
verbogen stoute stoutere stoutste
partitief stouts stouters -

Bijvoeglijk naamwoord

stout [4] [5]

  1. ondeugend of ongehoorzaam
  2. stoutmoedig
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De stoute schoenen aantrekken
het doen van datgene waar iemand tegenop gezien heeft
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen