braaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • braaf
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eerzaam, gehoorzaam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1769 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen braaf braver braafst
verbogen brave bravere braafste
partitief braafs bravers -

Bijvoeglijk naamwoord

braaf

  1. bereid de regels in acht te nemen
    • Hij was niet altijd de braafste van de klas. 
    • Meisjes zijn vaak braver dan de ondeugende jongens. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen