Naar inhoud springen

braaf

Uit WikiWoordenboek
  • braaf
  • Van Frans brave, al dan niet via Italiaans bravo. Verder te herleiden tot Latijn barbarus en uiteindelijk Grieks βάρβαρος (zie ook barbaar).
  • De betekenis was oorspronkelijk "dapper, onbevreesd". Voor het eerst aangetroffen in het jaar 1379. In de moderne betekenis ‘eerzaam, gehoorzaam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1769. Eenzelfde betekenisverschuiving heeft zich voorgedaan met Duits brav [1][2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen braafbraverbraafst
verbogen bravebraverebraafste
partitief braafsbravers-

braaf

  1. bereid om de geldende regels in acht te nemen, gehoorzaam
     Waar Marjo braaf tussen de stijlen met de blokken speelde, probeerde ik constructies te verzinnen om uit mijn houten gevangenis te klimmen, wat me ook lukte, door haar rug als opstapje te gebruiken.[3]
     De entree bedroeg één gulden. Zeker tien keer kwam ze langs, en kocht telkens braaf een kaartje.[4]
    • Hij was niet altijd de braafste van de klas. 
    • Meisjes zijn vaak braver dan de ondeugende jongens. 
  2. (pejoratief) weinig vernieuwend
     Hebt u het portret gezien boven de haard? U herkent zonder twijfel de markante en nobele trekken van Niccoló Paganini. Ik zal de eerste zijn om uw gelijk te beamen wanneer u zegt dat het in schilderkundig opzicht geen meesterwerk betreft. Het is gemaakt door een brave, mindere meester, die er zelfs in zijn tijd niet om bekendstond dat hij zijn tijd vooruit was.[5]
  3. (wiskunde) intuïtieve, gemakkelijk manipuleerbare eigenschappen hebbend
    • Een functie is braaf als ze eindige afgeleiden van alle orden heeft in alle punten, en geen discontinuïteiten heeft. 
  4. kuis
  5. (verouderd) moed bezittend
  6. (verouderd) statig
     [...] gaet by seker Burger die een Dochter met een Oogh hadde, seggende: Wat sult ghy my geven, indien ik u een braaf Karel tot een Swager bestel?[6]
Iemand die de regels opvallend goed (het beste van iedereen) naleeft; vaak figuurlijk gebruikt, bijvoorbeeld in een geopolitieke context voor landen die zich het beste aan internationaal geldende afspraken houden

braaf

  1. (verouderd) in hoge mate, danig, erg, heel, zeer
    • Hij kan braaf drinken. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]
  1. braaf op website: Etymologiebank.nl
  2. "braaf" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  3. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  4. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  5. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 15
  6. J.J. Struys
    “Drie aanmerkelijke en seer rampspoedige Reysen” (1676)
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be