stouterik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stou·te·rik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stouterik stouteriken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stouterik m

  1. kind dat ondeugend is (kan zowel ernstig als vertederend worden gebruikt)
  2. (verouderd) iemand die gevaar niet uit de weg gaat
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen