vermetel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·me·tel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘stoutmoedig’ voor het eerst aangetroffen in 1475 [1]
  • afleiding vermeten met het achtervoegsel -el [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vermetel vermeteler vermetelst
verbogen vermetele vermetelere vermetelste
partitief vermetels vermetelers -

Bijvoeglijk naamwoord

vermetel [3]

  1. heel erg dapper, moediger dan bij iemands mogelijkheden past in positieve maar ook in negatieve zin
    • Bij het Ei van Ko kijken twee jongens niet begrijpend naar Cameron en Flo. Van living statues hebben ze blijkbaar nog nooit gehoord. "Dat bint leu die de hele tied stil stoat."Gelukkig verstaat het Australische duo, verenigd onder de naam Statuesque geen Twents. En bovendien: de vrouwelijke helft beweegt wel zeker en doet zelfs vermetele pogingen om haar geliefde naar zich toe te trekken. Die geeft geen krimp, alleen zijn hoofd.[4] 
    • Wie vermetele plannen en een hele grote zak met geld heeft, kan zijn geluk beproeven met een overname van Unilever. De multinational heeft zijn enige beschermingsconstructie tegen vijandige overnamepogingen weggehaald.[5] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Verwijzingen