brutaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bru·taal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen brutaal brutaler brutaalst
verbogen brutale brutalere brutaalste
partitief brutaals brutalers -

Bijvoeglijk naamwoord

brutaal

  1. geen respect hebbend voor iets of iemand, onbeschoft
    • Wat ben jij toch een arrogante en brutale jongen! 
  2. (figuurlijk) vrij in het uiten van zijn gemoed, vrijpostig
    • Er was geen vrijheid van meningsuiting in dat arme land, maar de brutale man vertelde al zijn kritiek aan de rijke koning. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Een brutaal mens heeft de halve wereld
Als je wat durft krijg je meer.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 7 juli 2020 Weblink bron Jan II van den Werve “Het tresoor der Duytsscher talen.” (1553), Hans de Laet, Antwerpen, p. 23
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. brutaal op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be