krachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krach·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘sterk’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • Afgeleid van kracht met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen krachtig krachtiger krachtigst
verbogen krachtige krachtigere krachtigste
partitief krachtigs krachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

krachtig

  1. beschikkend over veel kracht
    • De krachtige mannen hadden de bak al verplaatst. 
     Angst is heel krachtig als deze je normale vertrouwen ondermijnt en kan op elk moment terugkomen in de vorm van een paniekaanval.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen