onvervaard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Boven het leed, boven de tijd verrijst het onvervaard gemoed dat weet dat iedere mensheid lijdt maar draagt zijn leed en doet wat moet
Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·vaard
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Middelnederlands [1]
  • afgeleid van vervaard met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onvervaard onvervaarder onvervaardst
verbogen onvervaarde onvervaardere onvervaardste
partitief onvervaards onvervaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

onvervaard [2]

  1. zonder vrees, met veel moed
    • Terwijl de Saoedi’s twijfelden of er in Brussel nog wel plaats was voor een vijfsterrenhotel, mikken de Maltezen onvervaard nog hoger: op een luxepaleis. Zo hebben ze er ondertussen elf, in metropolen als Londen, Praag, Budapest en Lissabon. Steeds in historische gebouwen in het centrum. [3] 
    • Als je mensen macht geeft - zelfs als dat op volstrekt willekeurige basis gebeurt - worden ze doel- en actiegerichter, ze voelen zich minder geremd. Ze zien vooral positieve resultaten, zijn minder bang voor mislukking en gaan onvervaard op hun doel af. Wat ze in hun hoofd hebben, doen ze. Ze eten meer, flirten meer, zeggen meer wat ze denken en doen wat ze denken. En ze denken meer aan seks. Met name bij mannen is macht onbewust geassocieerd met seks. [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Standaard DONDERDAG 8 JUNI 2017
  4. Volkskrant 18 mei 2016