gezet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zet
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gezet gezetter gezetst
verbogen gezette gezettere gezetste
partitief gezets gezetters -

Bijvoeglijk naamwoord

gezet [3]

  1. zwaarlijvig, dik, corpulent
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zetten

gezet

  1. voltooid deelwoord van zetten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen