steen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steen stenen
verkleinwoord steentje steentjes

Zelfstandig naamwoord

steen

  1. m een harde stof, vaak op kiezel gebaseerd maar omvattende vele soorten
    Huizen worden vaak van steen gemaakt, omdat het zo goed bestand is tegen weersinvloeden.
  2. m een klein fragment van deze stof
    Er ligt een kleine steen op het garagepad.
  3. o vogelziekte veroorzaakt door het organisme Trichomonas gallinae
Synoniemen
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ergens een steentje aan bijdragen (ergens mee helpen op te bouwen)
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief steen stene
genitief steens
stenes
stene
datief stene stenen
accusatief steen stene

Zelfstandig naamwoord

steen m

  1. steen (harde stof)