Naar inhoud springen

frons

Uit WikiWoordenboek
  • frons
1,3 enkelvoud meervoud
naamwoord frons -
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord frons fronsen
fronzen
verkleinwoord fronsje fronsjes

defronsv/m

  1. o (valkerij): een aandoening van keel, luchtpijp en krop veroorzaakt door een ééncellige parasiet (Trichomonas gallinae)
  2. v/m (anatomie): rimpel op het voorhoofd, vaak als uitdrukking van verbazing, ongeloof, afkeuring of boosheid
  3. o (dierkunde): deel van de kop van een insect gelegen tussen beide antennes
vervoeging van
fronsen

frons

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fronsen
    • Ik frons. 
  2. gebiedende wijs van fronsen
    • Frons! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fronsen
    • Frons je? 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be