steenhoop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steen·hoop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steenhoop steenhopen
verkleinwoord steenhoopje steenhoopjes

Zelfstandig naamwoord

steenhoop m

  1. een opstapeling van stenen
  2. steengraf, cairn, dolmen
  3. steenmannetje, een visueel baken in de bergen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.